Rechterpaneel
Audio I/O
De keuzelijsten voor ingang en uitgang, het kanaal, en de samplerate die je alleen afleest.
In de AUDIO I/O-module kies je welke apparaten NØISE gebruikt: waar de gitaar in gaat en waar het geluid uit komt, naar je monitors of je koptelefoon. De module staat standaard ingeklapt; de kop toont IN <apparaat> · CH n en OUT <apparaat> · 48 kHz. Hoe je audio instelt, en waarom één apparaat voor in én uit de beste keuze is, staat bij Audio instellen.


De knoppen
Eén rij: INGANG · KANAAL · UITGANG, dan RATE en APPARATEN.
- INGANG: een keuzelijst met elke gevonden audio-interface, plus bovenaan Geen: alleen uitgang om zonder gitaar te spelen. Kies je hier een interface, dan gaat de uitgang ook naar die interface: één apparaat voor beide richtingen.
- KANAAL: in welke fysieke ingang van het ingangsapparaat je gitaar zit (CH 1, CH 2, …). Heeft het apparaat geen ingangen, dan staat er —.
- UITGANG: een keuzelijst met elk gevonden uitgangsapparaat.
- RATE: alleen aflezen, geen keuze: de samplerate waarop de engine loopt (die van het uitgangsapparaat), in Hz. Lopen ingang en uitgang niet gelijk, dan staan er de twee rates,
44.1 kHz ≠ 48 kHz, in rood. Hier verander je hem niet; dat doe je in Audio/MIDI-configuratie (macOS). Eén apparaat voor in- en uitgang geeft de laagste latency; twee apparaten moeten op dezelfde samplerate lopen. - APPARATEN › OPNIEUW ZOEKEN: zoekt de aangesloten apparaten opnieuw.
Onthouden
Je keuze van apparaat en kanaal wordt per apparaat onthouden, ook na een herstart. Lopen ingang en uitgang op verschillende samplerates, dan toont NØISE de modal SAMPLERATES ONGELIJK.