NØISENL

Eén scherm

Transport

De balk onderin: PLAY/STOP/ENDING, PAUZE en de pijlen, FILL, METRO, TUNER, CHORD DETECT, BOOST en MUTE, en wat SPACE en RETURN precies doen.

Het transport zit onderaan het venster en bedient de band als geheel (drums en JAM), plus een paar knoppen die je met de gitaar in je handen pakt. De metronoom hoort er niet bij: hij heeft een eigen klok en een eigen schakelaar, en het transport start of stopt hem nooit.

De knoppen, op volgorde

KnopWat hij doet
PLAY / STOP / ENDING [RETURN]Start de band (drums en JAM) vanaf het begin, of stopt hem. Het label volgt de toestand van de band, zie onder.
◀ / PAUZE / ▶ [←, SPACE, →]PAUZE zet de band stil waar hij is en wordt HERVAT; de pijlen stappen een maat terug of vooruit, spelend of stilgezet. De klok en de klik tellen door. Zie onder.
FILL [F]Speelt meteen een fill van één maat.
METRO [M]De klik aan of uit. RETURN noch SPACE start of stopt hem ooit.
TUNER [T]De tuner aan of uit, in het linkerpaneel.
CHORD DETECT [C]De akkoorddetector aan of uit, in het linkerpaneel. TUNER en CHORD DETECT zijn gedimd zolang er een venster over het rack staat (het podium of een oefening), want allebei laten ze iets in het rack zien; op het podium is C de eigen detector van het podium.
BOOST [X]Extra drive voor een solo: +0,18 gain op de FX-keten, begrensd op 1,0. Nog een keer drukken zet hem terug. Zie FX.
MUTE [BACKSPACE]Dempt de hele uitgang. Hij zit in het transport, niet in de VOLUME-module.
KeyAction
⏎Play from the top / graceful stop the band (2nd press: hard stop)
SPACEHold the band here / carry on (the clock and the click keep counting)
←One bar back (playing or held)
→One bar on (playing or held)
↑Next section. Songs only
↓Previous section (first press: the top of this one). Songs only
+BPM up
-BPM down
⌫Mute output

Het label PLAY/STOP/ENDING

Het label volgt de band:

  • PLAY: er speelt niets.
  • STOP: drums of JAM spelen, of staan op pauze.
  • ENDING: de band speelt uit (een fill of een staart afmaken voordat hij echt stopt).

RETURN en de knop PLAY

De toets RETURN en de knop PLAY doen precies hetzelfde: beide roepen dezelfde transportfunctie aan.

  • Eerste druk: de band begint vanaf het begin, met een count-in als COUNT-IN in GRID aanstaat; de klok wordt eerst gereset. Loopt de klik al, dan valt de band daarbij in: geen count-in, en de klok blijft waar hij is.
  • Nog eens drukken terwijl de band speelt: de band speelt uit (ENDING).
  • Nog eens drukken tijdens ENDING: harde stop, meteen.
  • Vanuit een pauze: RETURN stopt hard en reset de klok (met METRO aan lopen de klik en zijn klok door). Doorgaan is het werk van SPACE.

Let op

Sinds 0.71 zijn de twee toetsen andersom dan eerst: SPACE pauzeert en gaat door, RETURN speelt vanaf het begin. Elk ander programma pauzeert op SPACE, en wie hem indrukte om even adem te halen raakte zijn plek kwijt.

SPACE, pauze en maten stappen

SPACE (de toets PAUZE) zet de band stil waar hij is. De klok en de klik tellen door, dus niemand raakt de tel kwijt, en het nummer blijft geladen. Nog eens drukken (HERVAT) en de band valt in op de volgende eerste tel, in de maat waar hij stilstond. Speelt er niets en staat er niets stil, dan start SPACE de band: een nummer waarin je net naar een maat bent gestapt speelt vanaf daar, elk ander vanaf het begin.

← en → stappen een maat terug of vooruit, spelend, stilgezet of gestopt met een geladen nummer; ↑ en ↓ springen een hele sectie van een nummer. Met alleen drums valt er niets te stappen: elke maat van het patroon is dezelfde maat, dus de pijlen staan uit. De pijlen doen ook niets zolang er een lijst of een formulier boven het venster open staat.

Met de SONG EDITOR open staan de sneltoetsen van het venster uit: de editor luistert naar RETURN (het nummer vanaf het begin / stop), SPACE (pauze; stilgezet of gestopt de gekozen sectie vanaf haar begin), de pijlen, I, ⌘S en ESC; verder werkt er niets op de pagina zolang hij open is. De editor telt nooit af, en zijn transport is direct: een start is nu, een pauze zet de klok mee stil. Zie het overzicht van de editor.

De looper

Een loop volgt dezelfde twee toetsen. SPACE houdt hem vast met de band en gaat op dezelfde plek verder; RETURN stopt de band én de loop en zet de klok terug. Een loop die alleen speelt telt voor allebei als de band. Een gestopte loop komt terug op de volgende één, vanaf het begin. Zie Looper.

Een ingedrukte toets

Op de Mac is een ingedrukt gehouden toets één druk, geen herhaling: L vasthouden neemt één keer op, niet veertig keer. De pijlen zijn de uitzondering: vastgehouden stappen ze door.

Verder