Rechterpaneel
FX
De FX-keten van je gitaar, presets, de losse effecten, de delay en BOOST, met de echte volgorde van het signaal.
De FX-module is de effectenketen van je gitaar: een vaste volgorde, met bovenaan een rij presets en daaronder, in twee rijen, de knoppen per effect.


Presets
Zeven knoppen, precies in deze volgorde: CLEAN, ROCK, BLUES, JAZZ, VINTAGE, AMBIENT, CUSTOM. De toetsen volgen dezelfde volgorde:
| Key | Action |
|---|---|
| 1 | Clean |
| 2 | Rock |
| 3 | Blues |
| 4 | Jazz |
| 5 | Vintage |
| 6 | Ambient |
| 0 | Custom |
| X | Boost (temporary drive) |
| Y | Cycle delay preset |
Een preset zet de effecten hieronder in een passende combinatie; draai je zelf aan een knop, dan sta je op CUSTOM.
De effecten, in de volgorde op het scherm
Eerste rij:
- DRIVE: een draaiknop voor de gain, van clean tot vervorming. Staat altijd aan; er is geen schakelaar.
- SPACE (reverb): een draaiknop voor de hoeveelheid, met een AAN-knop; ernaast kiest TYPE de ruimte: SMALL, ROOM, HALL, PLATE, CATH. TYPE dimt zolang SPACE uit staat.
- FEEL (compressor): een draaiknop voor de hoeveelheid, met een AAN-knop.
- CHORUS: een draaiknop voor de diepte, met een AAN-knop.
Tweede rij:
- TREMOLO: een draaiknop voor de diepte, met een AAN-knop, en een RATE-draaiknop (0,5 tot 12 Hz) die dimt zolang TREMOLO uit staat.
- DELAY: een eigen blok, zie hieronder.
De echte volgorde van het signaal
Let op
De rij presets en de volgorde van de delay-presets zeggen niets over de volgorde waarin het signaal verwerkt wordt. Het geluid gaat in deze volgorde door de effecten:
HPF → Compressor → Drive → Chorus → Tremolo → Delay → Reverb → Cabinet → Limiter
HPF (een hoogdoorlaatfilter dat het gerommel onderin weghaalt), de Cabinet (de speakersimulatie) en de Limiter aan het eind staan altijd aan: geen van de drie heeft een schakelaar of schuif in de FX-module. Ze zitten vast in de keten en zijn niet te omzeilen.
DELAY
Een schakelaar voor de preset plus de draaiknoppen TIME / FEEDBACK / MIX (gedimd zolang de preset op OFF staat). De presets, precies zoals ze op het scherm staan, in de volgorde waarin ze doorlopen worden:
OFF · SLAP · 1/8 · 1/8· · 1/4 · 1/2
(De vierde eindigt echt op een punt in het midden, 1/8·, anders dan de kale 1/8: dat is een gepunteerde achtste.) OFF en SLAP zijn vaste, korte delaytijden; de andere lopen in het tempo van de sessie. Sleep je TIME weg van zo'n preset, dan laat de delay het tempo los en loopt hij vrij.
Y loopt de delay-presets in die volgorde door; de toets staat bij de FX-presets in de sneltoetstabel hierboven.
BOOST
Extra drive voor een solo. Het voelt als een momentknop, maar het is een schakelaar: aan telt er +0,18 bij de gain op (tot maximaal 1,0), uit zet de gain precies terug op wat hij was. Een andere FX-preset kiezen, of zelf aan DRIVE komen terwijl de boost aan staat, zet BOOST vanzelf uit. BOOST zit in de transportbalk, niet in de FX-module: zie Transport.